panorama.jpg

Tegel40coverbevat artikelen over de volgende onderwerpen:

Antwerpse tegeltableaus met parelranddecor

Frans Caignie

In een put onder de kelder van Museum Plantin-Moretus/Prentenkabinet in Antwerpen werden in 1944 38 tegels ontdekt die alle behoren tot een serie tableaus. Ze zijn omlijst met een doorlopende parelrand, links en rechts afgezoomd met renaissance-ornamenten. In andere musea en collecties bevinden zich nog eens 17 tegels van hetzelfde type. De datum '1607' op een tegel in Museum Mayer van den Bergh plaatst deze productie in het begin van de zeventiende eeuw. 38 tegels zijn toe te wijzen aan 12 prenten van Maerten de Vos en Maarten van Heemskerck met bijbelse voorstellingen van Tobias, Jona en Susanna. Deze unieke collectie toont aan dat er in Antwerpen in het begin van de zeventiende eeuw nog tegels van een mooie kwaliteit geproduceerd werden.

Prent en Tegel

Tegels met marskramers en prenten van Cornelis Bloemaert

Paul van de Weijer

Vele eeuwen speelden marskramers een belangrijke rol in de handel. Zij organiseerden zich als groep, voerden een eigen kredietstelsel en spraken een eigen jargon. De marskramer komt voor op prenten van de zestiende tot de negentiende eeuw. De marskramer op zijn beurt verkoopt deze prenten, mogelijk ook aan tegelbakkers. Deze twee bijzondere tegels zijn gebaseerd op prenten van Cornelis Bloemaert (1603-1692).

Tulpen op Osmaanse tegels

Hans Theunissen

Dit jaar worden 400 jaar vriendschappelijke betrekkingen tussen Nederland en Turkije gevierd. Een bijzondere schakel in deze relatie is de tulp, een oorspronkelijk uit het Osmaanse Rijk afkomstige plant, die daar als symbool voor God (Allah) gold. Evenals in Nederland is de tulp daar veel op tegels afgebeeld. De oudst bekende is te zien op een cuerda seca tableau in İstanbul uit ca. 1540. Korte tijd later gingen de tegelmakers uit İznik over op de onderglazuurtechniek. Er werden ook enkele nieuwe kleuren gebruikt, waaronder bolusrood, en de schilderstijl werd meer verfijnd. De tulpen werden soms naturalistisch, soms gestileerd weergegeven.
In de achttiende eeuw verschuift de productie naar de ateliers van Tekfur Sarayi (İstanbul) en Kütahya, met weer andere stijlkenmerken en kleuren. Maar de rode tulp blijft het symbool par excellence voor de Turkse cultuur.

Prent en Tegel

Tegeltableau naar de 'Vryagie' van Cornelis Troost

Marten Boonstra

Dit negentiende-eeuwse tableau is naar alle waarschijnlijkheid rond 1870 geschilderd door Hendrik van Kasteel in de tegelfabriek aan het Lucasbolwerk te Utrecht. Het voorbeeld was de achttiende-eeuwse prent Vrijagie van Reinier Adriaansz. by Saartje Jansz. van Jan Punt en Pieter Tanjé naar een schilderij van Cornelis Troost (1696-1750). De voorstelling toont een tafereel uit het toneelstuk Jan Klaasz of gewaande dienstmaagt van Thomas Asselijn (1620-1701). De kleding van de figuren is typisch voor de menisten, zoals mennonieten of doopsgezinden genoemd werden. Het tableau moet, gezien de afmetingen van de prent, veel groter zijn geweest, getuige ook de nummering op de achterzijde van de tegels.

De tegelhandel A.N. de Lint en de ontwerper Henri de Rouw

Bart Verbrugge

De tegelhandel is in de tweede helft van de negentiende eeuw een nieuw fenomeen binnen de handel in bouwmaterialen. Vijf generaties van de familie De Lint leiden vanaf 1835 een handel in bouwmaterialen, die zich rond 1870 ook toelegt op de tegelhandel met vestigingen in onder meer Delft, Den Haag en Rotterdam. In 1898 sluit De Lint een contract met de Porceleyne Fles voor de alleenverkoop van tegels en speelt vervolgens een grote rol in het promoten van de producten, zoals de sectielbetegelingen, van deze plateelbakkerij. Mede door die inzet behaalt de Porceleyne Fles vanaf 1910 een grotere omzet voor tegels en bouwproducten dan voor sieraardewerk. Die inzet geldt ook de export van producten naar onder meer Duitsland, Engeland, V.S. en Nederlands-Indië.

Nauwelijks bekend is dat De Lint ook zelf ontwerpen liet maken. In 1922 wordt Henri de Rouw (1882-1948), tot die tijd lector in de architectuur aan de Technische Hogeschool in Delft, artistiek adviseur van De Lint. Hij is verantwoordelijk voor onder meer tegelwanden en glas-in-loodramen in een expressionistische stijl die zowel aansluit bij de Amsterdamse school als bij de internationale art deco. Samen met H.W. Mauser van de Porceleyne Fles ontwerpt hij in 1922 een veel toegepaste nieuwe vloertegel, de Maurotegel. Vanwege de afnemende vraag naar bouwkeramiek gedurende de crisisjaren emigreert De Rouw in 1936 naar Zuid-Afrika. In 1963 fuseert de N.V. A.N. de Lint met twee andere handelaren in bouwmaterialen, deze combinatie gaat in 1970 failliet.

Tegels van Max Laeuger in Kandern

Maarten van Veen

Max Laeuger (1864-1952) neemt een uitzonderlijke plaats in tussen de Duitse ontwerpers van Jugendstiltegels. Hij gaf de voorkeur aan het traditionele handwerk met de plastische klei boven de industriële fabricage met behulp van tegelpersen. Hij erkende - en waardeerde - dat door de 'mysterieuze werking' van het vuur het uiteindelijke resultaat van het bakproces niet altijd volledig te voorspellen is.

Piet Bolwerk praat met tegelredacteur Lejo Schenk

Lejo Schenk

Piet Bolwerk, die van 1972 tot 1990 de eerste directeur-beheerder van het Nederlands Tegelmuseum was, werd geboren in Suriname, waar hij de eerste stappen in het museumvak zette. Na opgeleid te zijn in Nederland ging hij terug naar het Surinaams Museum in Paramaribo. De koloniale houding van het museumbestuur maakte dat hij teleurgesteld naar Nederland vertrok. In het interview vertelt hij over zijn inzet om het Tegelmuseum te professionaliseren. Bolwerk heeft zich sterk gemaakt voor de redding van de tegels uit het huis Kareol te Aerdenhout en andere met sloop bedreigde tegels in situ. Bolwerk vertelt beeldend over zijn herinneringen aan de eigenzinnige architect Feenstra die het museum in het leven riep. Piet Bolwerk voelt zich 'een laat slachtoffer van het kolonialisme', maar kijkt met veel voldoening terug op zijn carrière bij het Nederlandse erfgoed.

Top