tegelmuseum-09.jpg

Tegel 45.0bevat artikelen over de volgende onderwerpen:

Antwerpse majolicahuisnaamplaten uit de zestiende eeuw

Frans Caignie

In de zestiende eeuw werden in Antwerpen huizen aangeduid met een naam in plaats van de huisnummers die we vandaag kennen. De huisnaam werd veelal op een plaat tegen de gevel bevestigd. De MAS|collectie Vleeshuis bewaart nog vijf van dergelijke huisnaamplaten in majolica. Ze zijn beschilderd met de huisnaam en een voorstelling die deze illustreert. De voorstellingen betreffen de fabel van de kraanvogel en de vos van Aesopus, een olifant, drie rode rozen, Anna te Drieën en een pelgrim. In deze studie wordt getracht de naamplaten toe te wijzen aan de huidige straatnaam met huisnummer en nagegaan hoe ze in museum Vleeshuis terecht zijn gekomen. Van de naamplaat met de zeven viooltjes, die slechts sporadisch in vroege publicaties vermeld is, zonder afbeelding, werd een zwart-wit foto uit 1969 gevonden. Of de plaat nog bestaat, en waar, is onzeker.

Prent en Tegel: Het kleine gehucht

Marten Boonstra

Van een fascinerende landschapstegel die de auteur in drie verschillende uitvoeringen zag heeft hij nu het voorbeeld gevonden: een ets van Anthonie Waterloo. Deze is door Rotterdamse en Amsterdamse tegelschilders gebruikt. Ter vergelijking worden nog drie Rotterdamse landschapstegels afgebeeld met de bewerkelijke omlijsting achtkant in het lof en cupido’s.

Prent en Tegel: De stad Gorinchem

Marten Boonstra

Een litho van de Gorinchemse schilder Eltjo Eltjes de Boer (1800-1855) heeft als voorbeeld gediend voor twee tableaus met een panorama van Gorinchem met op de voorgrond schepen op de Boven-Merwede. Het paarse tableau is rond 1870-1880 vervaardigd bij de firma Ravesteijn in Utrecht, het blauwe rond 1880-1890 door de fa. Jan van Hulst in Harlingen. De gebouwen in de stad zijn goed herkenbaar.

Op zoek naar De Jager
Een Utrechtse tegelschilder krijgt een gezicht

Wim van de Loo en Lejo Schenk

In Gouda vond Wim van de Loo, kenner van Utrechts aardewerk, een tableau van twee tegels waarop hij de Fayence- en tegelfabriek ‘Holland’ aan de Vaartse Rijn in Utrecht herkende. Volgens de verkoper kwam het uit bezit van een familie De Jager. Na schoonmaken van de achterzijde werden een werkordernummer en een vignet met pijl zichtbaar. Het vermoeden rees dat dit het merkteken was van de tot nu alleen uit administratieve bronnen bekende tegelschilder Jan de Jager (1887-1956). Via de verkoper werd contact gezocht met de vorige eigenaar, die inderdaad een nazaat van Jan de Jager bleek te zijn. In de familie zijn ook nog foto’s en ander materiaal bewaard, zodat een anonieme schilder in dit artikel weer een gezicht en een geschiedenis krijgt.

Decoratieve grestegels van Rozenburg (1904-1914)
Een decennium jugendstilarchitectuur

Arno Weltens

De Haagse plateelbakkerij Rozenburg introduceerde in 1904 een nieuw type weersbestendige tegel dat gres genoemd wordt, een keramisch product dat geen vocht opneemt en daardoor goed in buitenmuren verwerkt kan worden zonder het risico dat het kapotvriest. Deze eigenschap bood mogelijkheden om het exterieur van gebouwen van kleurige tegeldecoraties te voorzien. De stichting ‘Behoud Nederlandse Jugendstilarchitectuur’ heeft in de afgelopen jaren een inventarisatie gemaakt van circa 1.750 jugendstilpanden. Dit artikel geeft een chronologisch en volledig overzicht van alle panden in dit bestand waar nog steeds grestegels uit de jaren 1904-1908 in de gevels verwerkt zijn. Deze panden staan in het hele land, onder meer in Den Haag, Groningen en Roermond.

Maarten en Mark van Veen: een tegelverhaal van vader en zoon

Lejo Schenk

Maarten van Veen (1939) is tegelverzamelaar en sinds 1990 redacteur van dit jaarboek Tegel. Zijn zoon Mark (1967) vergezelde hem van jongs af aan op vele verzamelreizen, ging zelf verzamelen en werd professioneel handelaar. Lejo Schenk interviewt vader en zoon als voorbeeld van hoe een passie van de oudere naar een jongere generatie kan overslaan.
Maarten vertelt hoe hij in het spoor van een oudere broer ging verzamelen en hoe hij daarin steeds kritischer werd. Nu is hij vooral geïnteresseerd in esthetische combinaties van tegels en andere vormen van keramiek uit verschillende periodes en culturen. Zoon Mark richt zich, vanuit een brede basisinteresse, vooral op tegels uit de periode van de art nouveau en art deco. In het interview praten ze over hun werk, hun netwerken en hun opvattingen. Maar ook wordt zichtbaar hoe de wisselwerking tussen vader en zoon kleur geeft aan hun leven.

Top